Luisteren naar muziek is een kunst *

‘Muziek manifesteert zich in tijd en ruimte, onzichtbaar en ongrijpbaar voor de luisteraar. Naar een schilderij kun je rustig kijken zo lang als je wilt, het loopt niet weg. Een plastiek kun je betasten, een gedicht aandachtig lezen. Maar bij muziek is dat anders. Het bewust luisteren vraagt een uiterste concentratie. Even niet opgelet, en je mist een gedeelte van het muziekstuk.’

Aan het woord is de Amsterdamse musicoloog Wout Strootman bij wie ik vanmiddag te gast ben voor een gesprek over muziek. Hij ontvangt mij in zijn gezellige appartement in de Watergraafsmeer, op de achtergrond hoor ik zachte klanken van barokmuziek. We zitten aan de eettafel, waarop een stapel muziekboeken ligt.

Ik bezoek regelmatig jouw muzieklezingen en weet dat je vele fans hebt. Wat is het geheim van jouw succes?

‘Goed weten wie je publiek is. Dat is een eerste vereiste. De lezing afstemmen op de belangstelling van de toehoorders. Ik werk alleen met volwassenen, een dankbaar publiek. Ze zijn zeer geïnteresseerd, en dat maakt het werk voor mij plezierig. Daarbij komt dat mijn belangstelling als muziekhistoricus goed aansluit bij wat ik muziekliefhebbers gemakkelijk kan vertellen. De muzieksociologie boeit me: hoe functioneert muziek in een samenleving, wat is haar rol. Het is opmerkelijk hoe nauw muzikale ontwikkelingen verbonden zijn met vernieuwingen, veranderingen of gebeurtenissen in de samenleving.‘

Kun je hiervan een voorbeeld geven?

‘Ja, dan geef ik een heel specifiek voorbeeld, namelijk de uitvinding van het radiotoestel en de verspreiding ervan in de jaren ’20 van de vorige eeuw. Een aantal sociaal geëngageerde componisten in de Weimar-Republiek zag de radio als hét communicatiemiddel om klassieke en eigentijdse muziek onder brede lagen van de bevolking bekend te maken. Ook voor de arbeidersklasse zou deze muziek in de toekomst toegankelijk worden, zo dachten ze. In hun enthousiasme gingen ze zover dat ze ervan overtuigd raakten dat de concertzalen in de toekomst gesloten zouden worden en iedereen voor de radio ging zitten luisteren. Maar er was één probleem: de geluidsontvangst via de radio was heel mager. Daarom ging men experimenteren. In een van de Berlijnse conservatoria werd een radiostudio nagebouwd waar aankomende componisten proeven namen: welke muziekinstrumenten klonken goed door de luidspreker; hoe klonk een combinatie van verschillende muziekinstrumenten; en welke wijze van componeren was het meest geschikt. Deze studio-afdeling (de Rundfunkversuchsstelle) stond onder leiding van Paul Hindemith, die ook muziek componeerde voor de geluidsfilm, waarvoor hetzelfde gold als bij de radio.’

‘Maar er zijn meer voor de hand liggende voorbeelden te geven dan het voorgaande van de radiomuziek. Oorlogsvoering bijvoorbeeld heeft grote invloed gehad op het stokken of juist stimuleren van bepaalde muzikale ontwikkelingen of activiteiten. Tijdens de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) besloot de keurvorst van Saksen zijn hofkapel sterk in te krimpen. Hij had geld nodig voor de oorlogsvoering. Dit gaf Heinrich Schütz, leider van de hofkapel, gelegenheid om Dresden enige tijd te verlaten en elders nieuwe indrukken op te doen. Hij bezocht in 1628 opnieuw Venetië, waar hij in zijn jeugdjaren enige tijd muziek had gestudeerd, ontmoette er Monteverdi en stelde zich op de hoogte van de nieuwste ontwikkelingen in de Italiaanse muziek. Ruim anderhalve eeuw later organiseerde Wolfgang Amadeus Mozart abonnementsconcerten in Wenen. Hij schreef voor deze publieke concerten zijn ‘Weense’ pianoconcerten. Totdat er een oorlog uitbrak waaraan ook Oostenrijk deelnam. Veel abonnementshouders (voornamelijk de rijke elite in Wenen) verlieten de stad. De mannen voegden zich bij hun regimenten en de dames kozen voor hun buitenhuizen op het platteland, waar het leven goedkoper was. Mozarts abonnementsconcerten kwamen tot een einde, wat hij duidelijk in zijn portemonnee ging voelen en pianoconcerten werden niet meer gecomponeerd.‘

Waar komt je belangstelling voor klassieke muziek vandaan?

‘Mijn vader luisterde veel naar klassieke muziek, vooral Mozart en de romantici. Na de middelbare school verbleef ik een jaar in Irving (Texas), een voorstad van Dallas, waar ik als foreign exchange student mijn senior-jaar aan de MacArthur High School afmaakte. Elk tweede lesuur van de schooldag speelde ik klarinet in de Concert Band en het laatste lesuur kreeg ik muziekgeschiedenis en muziektheorie, dat door de dirigent gegeven werd. Ik werd met name door dit vak gegrepen. Toen ik later Muziekwetenschap ging studeren, koos ik voor de afstudeerrichtingen Historische Muziekwetenschap en Systematische Muziekwetenschap. De Historische Muziekwetenschap houdt zich bezig met de Westerse muziekgeschiedenis, de ‘kunst’muziek van de hogere klasse van vroeger; de volksmuziek valt daar niet onder. Ik koos de specialisatie 19eeuw en 20e eeuw vóór 1940. Daarnaast volgde ik college's muzieksemiotiek binnen de afstudeerrichting Systematische Muziekwetenschap. Met name de relatie tussen tekst en muziek in vocaal-dramatische werken sprak mij daarbij aan.’

Wat doet muziek met je?

‘Luisteren naar muziek brengt mij rust en ontspanning. Het is bij het muziek luisteren toegestaan je ogen te sluiten, en mijn gedachten dwalen dan vaak af. Ik ben altijd een dromer geweest. Toen ik Muziekwetenschap ging studeren, leerde ik ook op een andere manier naar muziek luisteren: bewust en analytisch. Muziek is in hoge mate gestructureerd. De componist pakt uit alle beschikbare muzikale middelen dat wat hij voor zijn compositie nodig heeft en plaatst deze in een logische volgorde. Hij doet niet anders dan wat de romanschrijver met woorden doet. In een roman moet je niet te veel personages introduceren, want dat maakt het boek onleesbaar. Je werkt met een beperkt aantal personages, die je in het verhaal een ontwikkeling laat doormaken. Op eenzelfde manier werkt de componist. Hij introduceert een beperkt aantal muzikale thema’s (twee of drie) en gaat daarmee ‘werken’: de thema’s worden gevarieerd, ingekrompen of uitgebreid, met elkaar verbonden, herhaald, verdeeld over verschillende muziekinstrumenten. Kortom, de componist brengt in het muziekwerk een bepaalde structuur aan, waar hij zorgt voor “eenheid in variatie”. Een goed voorbeeld is het tweede deel van Beethovens Vioolconcert. Anders dan je zou verwachten, klinkt de melodielijn (het ‘thema’) niet in de viool maar in het orkest. Dit thema wordt zo'n acht keer gespeeld, maar telkens weer anders geïnstrumenteerd (dat is de eenheid in variatie). Daarboven klinkt de solo-viool, die niet anders doet dan het omspelen van het orkestthema. Pas in het tweede gedeelte speelt de violist even met het orkest mee. Het tweede deel van dit Beethoven-concert is monothematisch opgezet.‘

‘Je moet aandachtig luisteren wil je de structuur van het tweede deel van Beethovens Vioolconcert bewust kunnen volgen. Als je de partituur erbij pakt, is het gemakkelijker. Ik probeer vaak het verloop van een muziekstuk in een indelingsschema te vatten, zonder daarbij muzieknoten te gebruiken. Aan de hand van zo’n indelingsschema gaat de cursist heel anders naar het muziekstuk luisteren. Bij vocaal-dramatische werken is de tekst mijn uitgangspunt. Ik benijd echter de kunsthistorici. Die hebben het veel gemakkelijker. De projectie van een schilderij op het doek, dat beweegt niet. Je kunt er net zo lang naar kijken totdat je alle facetten van de voorstelling in je hebt opgenomen. Muziek is echter een tijdkunst, dat snel in de tijd voorbij gaat. Het is bovendien niet vast te pakken. Vaak moet je een muziekgedeelte meerdere keren beluisteren om de essentie ervan op te nemen. Maar bij het luisteren naar muziek – en dan bedoel ik het ontspannen luisteren - krijg je wel iets héél belangrijks terug. Want geen enkele kunstvorm heeft zo’n invloed op het menselijk gemoed als de muzikale kunst. Muziek wekt bij de luisteraar allerlei gevoelens op, van diepe ontroering of verdriet tot grote vreugde. En dat is het bijzondere aan deze kunstvorm, ook al is er muziek geschreven die deze eigenschap niet bezit of wil bezitten. En dan bedoel ik de zeer geconstrueerde muziek van de moderne tijd.’   

Naar welke muziek luister je graag?

‘Zoals bij iedere muziekliefhebber verandert mijn belangstelling voor muziek voortdurend. Ik heb een tijd gehad dat ik veel naar Mahler en Bruckner luisterde, of naar heel moderne muziek. Maar als ik een keuze zou moeten maken, dan kies ik voor het symfonisch oeuvre van Beethoven, de late symfonieën en de aria’s van Mozart, opera’s van Verdi en Wagner, en de liederen van Schubert. Maar er is veel meer muziek, zoveel zelfs dat ik de rest van mijn leven nieuwe muziekcomposities kan ontdekken.’   

* de auteur van dit interview bezoekt regelmatig de muzieklezingen in Rijswijk

<< terug